Wat kan je zaaien in januari?

“Kan ik in januari al iets zaaien?” Het is een vraag die ik elk jaar opnieuw krijg, zodra de dagen (weliswaar tergend traag) langer beginnen te worden. Begrijpelijk, want na weken van donker en koude is het vooruitzicht op groei iets waar elke moestuinier naar uitkijkt. In januari komt het trage keerpunt: het licht keert terug, onmiskenbaar en voorzichtig. Vogels zingen weer aarzelend de ochtend in, en dat kleine beetje verandering volstaat vaak om onze groene vingers te laten jeuken.

Wie een serre (kas) heeft, voelt dat kriebelen het sterkst. De minste zonnestraal doet de serre opwarmen, wat de verleiding groot maakt om het eerste zaad al de grond in te duwen. En dat kan, in sommige gevallen. Maar of het ook zinvol is, hangt van veel factoren af. In deze blog deel ik hoe ik dat aanpak, wat ik al geprobeerd heb, en waarom ik sommige dingen bewust nog even uitstel.

In een serre zijn er enkele bladgewassen die al in januari kunnen gezaaid worden: veldsla, winterpostelein, spinazie, rucola, mizuna, raapsteel, mosterdblad, radijs en eventueel zelfs koudetolerante slasoorten. Deze gewassen hebben twee dingen gemeen:

  • Ze kunnen goed tegen kou
  • Ze vragen relatief weinig licht, vooral in het beginstadium van groei

Maar de kieming is trager bij lage temperaturen en vóór 15 januari is er nauwelijks actieve groei, simpelweg omdat het licht ontbreekt. Ook in de tweede helft van januari blijft de lichtduur beperkt: nog steeds onder de 10 uur, wat voor de meeste gewassen te weinig is om goed te groeien.

Wat je in januari zaait, kiemt meestal uiteindelijk wel, maar vervolgens gebeurt er ongeveer evenveel als bij een slak op winterslaap: niets. Pas wanneer in de loop van februari het daglicht sterk toeneemt, komt de groei goed op gang. Zaaisels van begin februari groeien daardoor vaak meteen vlot door, met als gevolg dat de oogst vaak gelijk valt met hetgeen in januari al was gezaaid.

Veldsla en winterpostelein zijn een mogelijke uitzondering. Ze groeien traag, verdragen kou goed, en kunnen bij een januarizaai soms een kleine voorsprong opleveren als het weer meezit en de planten er zin in hebben. Maar omdat ik deze gewassen in het najaar al zaai, oogst ik ze van januari tot maart sowieso al. Nog eens bijzaaien heeft dan weinig zin.

Ik zaai daarom zelden al in januari. In sommige jaren een klein beetje, bij wijze van experiment. Heel soms levert dat een weekje voorsprong op, maar meestal maakt het weinig verschil. Daarom wacht ik meestal tot februari met zaaien; zelfs in de serre.

Conclusie: je kan in januari veldsla, winterpostelein, spinazie, rucola, mizuna, raapsteel, mosterdblad, radijs en sla zaaien in de serre. Verwacht echter geen spectaculaire voorsprong op zaaien in februari.

Voor peulgewassen zoals tuinboon en erwt hangt alles af van hun uiteindelijke bestemming: serre of buiten.

Als je tuinbonen wil oogsten in de serre (en dat wil je natuurlijk), dan kan je ze daar vanaf half januari al rechtstreeks in de vollegrond zaaien. Ze zijn koudetolerant, kiemen bij lage temperaturen, en wachten geduldig tot het licht toeneemt. Zaai je vroeg, dan krijg je stevige planten met een week of twee voorsprong. Die eerdere oogst verlengt de oogstperiode. Dat is mooi meegenomen, want zodra het in de serre uiteindelijk te warm wordt, gaat de opbrengst snel achteruit.

Erwten hebben een tikje meer dramaqueen-gehalte dan tuinbonen. Eind januari in de serre zaaien kan, maar ze stokken vaak in het beginstadium. Dat levert rekkerige plantjes op die niet veel verdragen. Ik wacht er daarom liever mee tot begin februari.

Als je peulen (zoals tuinbonen en erwten) wil voorzaaien in potjes met als doel ze later buiten uit te planten, hou dan rekening met de maximale tijd dat ze het daarin uithouden. Tuinbonen blijven ongeveer drie tot vier weken gelukkig in een pot, erwten zelfs maar twee tot drie. Zelf gebruik ik graag deeproot trays; daar kunnen ze vaak nog wel een week langer in blijven. Daarna beginnen de wortels te draaien en raakt de plant uitgeput. Tegen de tijd dat je ze buiten kan uitplanten, hebben ze al stress opgebouwd. Dat vertraagt hun groei en je verliest de voorsprong die je dacht te nemen.

Omdat tuinbonen kou beter verdragen en dus eerder buiten kunnen worden uitgeplant, kan je ze eventueel al eind januari voorzaaien, op voorwaarde dat je ze midden februari buiten uitplant, eventueel onder wat vliesdoek. Kan dat niet, dan wacht je beter nog even. In de loop van februari zaaien vier weken later uitplanten geeft jonge, stevige planten die snel herstellen en vroeg oogst opleveren.

Erwten zaai ik pas vanaf begin februari voor. Dan kan ik ze meestal eind februari of begin maart buiten uitplanten, wat perfect aansluit bij hun maximale potduur van twee tot drie weken.

Conclusie: Tuinbonen kan je vanaf half januari zaaien in de serre, of eind januari in de serre voorzaaien voor vroege uitplant buiten. Erwten zaai je beter (voor) vanaf februari, ongeacht of je ze in de serre of buiten wil kweken.

Soms hoor je dat mensen in januari al koolrabi, rode biet, snijbiet en wortel zaaien in de serre. Ook dat is theoretisch mogelijk, maar in de praktijk is dat ver van ideaal voor deze gewassen.

Deze gewassen houden van iets hogere temperaturen om goed te kiemen, en het gebrek aan licht zorgt voor lange, slappe zaailingen. Koolrabi is bovendien gevoelig voor stress: als je te vroeg zaait, verhoog je de kans op doorschieten.

Nochtans zijn het koudebestendige gewassen. Daarom zaai ik ze liever in het najaar (voor oogst in december-februari), en daarna opnieuw vanaf februari voor de lenteoogst. In januari laat ik deze zaden gewoon nog even in de kast liggen, vlak naast het goede voornemen om dit jaar mijn zadencollectie niet uit de hand te laten lopen.

Conclusie: koolrabi, rode biet, snijbiet en wortelen zaai ik niet in januari. Ik verkies in deze gevallen een overwintelingsteelt.

Wil je graag voorzaaien, maar geen zin of tijd om je weg te zoeken in alle informatie? Bekijk dan onze uitgebreide online cursus “Voorzaaien”. Meer informatie vind je hier.